Portugees Basis · Les 1.2 · Kennismaken
Na deze les kun je zeggen uit welk land je komt, waar je woont en welke talen je spreekt. Je kunt het ook aan een ander vragen. Je haalt uit een kort voorstelstukje naam, land en woonplaats.
HerhaalStap 1
LeesStap 2
Je zit in het café op de hoek met een kop koffie. Aan het tafeltje naast je zit een vrouw van ongeveer je eigen leeftijd: Inês. Ze hoort dat je Portugees probeert te spreken en begint een praatje.
Inês zegt meteen tu tegen je. Jij zegt tu terug. Zo gaat het in Portugal tussen mensen van ongeveer dezelfde leeftijd, in een ontspannen situatie. Inês kom je de hele cursus tegen.
LuisterStap 3
| Portugees | Nederlands |
|---|---|
| morar | wonen |
| falar | spreken, praten |
| onde | waar |
| de onde | waarvandaan |
| aqui | hier |
| o país, os países | het land, de landen |
| a língua | de taal |
| o português | het Portugees |
| o neerlandês | het Nederlands |
| o inglês | het Engels |
| o espanhol | het Spaans |
| um pouco | een beetje |
| bem | goed |
| também | ook |
LeesStap 4
Morar (wonen) en falar (spreken) eindigen op -ar. De meeste werkwoorden op -ar gaan zo:
| morar | falar | |
|---|---|---|
| ik | moro | falo |
| jij (tu) | moras | falas |
| hij, zij, u | mora | fala |
Je haalt -ar eraf en zet er -o, -as of -a achter. Aan het eind hoor je wie het doet, dus eu en tu laat je meestal weg: Moro em Lisboa. Falas inglês?
Beleefd vraag je met de vorm van "hij" en "zij": Onde mora? Waar woont u? Fala inglês? Spreekt u Engels?
| betekent | voorbeeld | |
|---|---|---|
| onde | waar | Onde moras? |
| de onde | waarvandaan | De onde és? |
| como | hoe | Como te chamas? |
| que | wat, welk | Que línguas falas? |
Het vraagwoord staat vooraan. Daarna komt het werkwoord. Een vraag zonder vraagwoord herken je aan de toon: Falas inglês? Daarover meer in les 1.3.
Je zegt Sou de Lisboa: ik kom uit Lissabon. Bij de meeste landen hoort o, a, os of as. Dat smelt samen met de:
Portugal en Espanha hebben geen lidwoord: Sou de Portugal, Sou de Espanha. Leer de zin bij jouw land als geheel.
De Nederlandse valkuil: Sou de os Países Baixos bestaat niet. De en os worden altijd één woord: dos. Dat is geen spreektaal maar de regel.
Ken je Spaans? ¿De dónde eres? wordt De onde és? en vivo en wordt moro em. Vivo bestaat ook, maar voor waar je woont zeg je in Portugal meestal moro. Let op de klank: português eindigt op "sj".
OefenStap 5
Vul de goede vorm in. Het werkwoord staat tussen haakjes.
Kies het vraagwoord dat past.
Lees wat Tiago schrijft in een app om een taal te oefenen. Klopt het?
Olá! Chamo-me Tiago. Sou do Porto. Moro em Lisboa. Falo português e inglês. E tu?
(Ook o Porto heeft een lidwoord: do Porto. Bij Lissabon niet: de Lisboa.)
HerhaalStap 6
Een week nadat je deze les op Begrepen hebt gezet, staan hier 3 snelle vragen voor je klaar.

48 lessen · 8 modules · A1 · A2
Je stelt je voor, doet boodschappen, bestelt in een café en vraagt de weg, in het Portugees zoals je het in Lissabon hoort.
Inclusief btw · eenmalig · levenslang toegang
Je hoeft geen account te maken. Na het betalen krijg je een mail waarmee je meteen kunt beginnen.
Voor de btw op je factuur. De prijs blijft gelijk.
Toch niet wat je zocht? Vraag binnen 14 dagen je geld terug.
Je betaalt via Mollie met iDEAL | Wero, Bancontact of een overboeking.
Heb je al een account? Dan kun je ook eerst inloggen.
Met je bestelling ga je akkoord met de algemene voorwaarden. Lees ook ons privacybeleid.
| Portugees | Nederlands |
|---|---|
| os Países Baixos | Nederland |
| a Bélgica | België |
| o Reino Unido | het Verenigd Koninkrijk |
| os Estados Unidos | de Verenigde Staten |
| Espanha | Spanje |
| Portugal | Portugal |
| Portugees | Nederlands |
|---|---|
| Eu também falo um pouco de espanhol. | Ik spreek ook een beetje Spaans. |
| De onde és? | Waar kom je vandaan? |
| Onde moras? | Waar woon je? |
| E tu? | En jij? |
Bij de woorden:
Inês begint. Luister er een paar keer naar.
| Portugees | Nederlands |
|---|---|
| Que línguas falas? | Welke talen spreek je? Que is "welk" of "wat"; dat komt terug in les 3.3. |
| Lisboa | Lissabon |
| Que bom! | Leuk! Fijn! |
Luister naar elke zin en zeg hem hardop na.
| Portugees | Nederlands |
|---|---|
| Olá, Inês! Tudo bem. Chamo-me Sam. | Hoi Inês! Alles goed. Ik heet Sam. |
| Sou dos Países Baixos. E tu? | Ik kom uit Nederland. En jij? |
| Moro aqui, em Campo de Ourique. E tu? | Ik woon hier, in Campo de Ourique. En jij? |
| Falo neerlandês, inglês e um pouco de português. | Ik spreek Nederlands, Engels en een beetje Portugees. |
| Eu também falo um pouco de espanhol. | Ik spreek ook een beetje Spaans. |
| De onde és? | Waar kom je vandaan? |
| Onde moras? | Waar woon je? |
Kies de zin die bij jou past.
| Portugees | Nederlands |
|---|---|
| Sou dos Países Baixos. | Ik kom uit Nederland. |
| Sou da Bélgica. | Ik kom uit België. |
| Sou do Reino Unido. | Ik kom uit het Verenigd Koninkrijk. |
| Sou dos Estados Unidos. | Ik kom uit de Verenigde Staten. |
| Sou de Espanha. | Ik kom uit Spanje. |
| Sou holandesa. | Ik ben Nederlander. (een vrouw) |
| Sou holandês. | Ik ben Nederlander. (een man) |
| Sou belga. | Ik ben Belg. |
4 vragen
Tiago komt uit Lissabon.
Tiago woont in Lissabon.
Tiago spreekt Spaans.
Tiago vraagt waar jij vandaan komt.
1 / 4: Inês vraagt: Muito prazer, Sam. De onde és? Zeg uit welk land je komt.
Typ de zin zelf. Daarna hoor je het voorbeeld en vergelijk je.