Portugees Basis · Les 1.1 · Kennismaken
Na deze les kun je iemand begroeten en gedag zeggen, op elk moment van de dag. Je zegt hoe je heet en vraagt hoe de ander heet, beleefd of met tu.
HerhaalStap 1
Dit is de eerste les. Een paar Portugese woorden ken je misschien al, van een vakantie of uit een restaurant. Probeer het eerst zelf.
LeesStap 2
Je komt aan in Lissabon. Je huurt er een paar maanden een appartement. Je belt aan en de verhuurder doet open: de heer Joaquim Ferreira. Hij geeft je de sleutel.
Op de trap kom je daarna je buurvrouw tegen, Dona Graça. Ze is ouder dan jij. 's Avonds, als je de deur uit gaat, zie je haar weer.
De heer Ferreira en Dona Graça zeggen geen "jij" of "u" tegen je. Ze gebruiken alleen het werkwoord: Como está?, hoe gaat het (met u)? Zo spreek je in Portugal iemand aan die je niet goed kent. Hoe dat werkt, lees je verderop.
In het gesprek heet je Sam. Zelf zeg je natuurlijk je eigen naam.
LuisterStap 3
| Portugees | Nederlands |
|---|---|
| Bom dia | goedemorgen |
| Boa tarde | goedemiddag |
| Boa noite | goedenavond; welterusten |
| Olá | hallo, hoi |
| Adeus | dag, tot ziens |
| Até amanhã | tot morgen |
| obrigado, obrigada | dank je, dank u |
| se faz favor | alsjeblieft (als je iets vraagt) |
| desculpe | sorry, pardon |
| o senhor, a senhora | meneer, mevrouw; u |
| ser: sou, és, é | zijn: ik ben, jij bent, hij of zij is |
| a chave, as chaves | de sleutel, de sleutels |
| o vizinho, a vizinha | de buurman, de buurvrouw |
LeesStap 4
De heer Ferreira zegt: Sou o Joaquim Ferreira. Jij zegt: Sim, sou eu. Dat is het werkwoord ser, zijn.
| Nederlands | Portugees |
|---|---|
| ik ben | (eu) sou |
| jij bent | (tu) és |
| hij is, zij is | (ele, ela) é |
| u bent | (o senhor, a senhora) é |
Het woordje voor het werkwoord (eu, tu, ele) laat je meestal weg. Aan sou hoor je al dat het "ik" is. Je zegt dus Sou o Joaquim, niet Eu sou o Joaquim, tenzij je de nadruk wilt leggen: E eu sou a Graça (en ik ben Graça).
Valt het je op? Sou o Joaquim Ferreira, sou a sua vizinha: in het Portugees staat er vaak o of a (de) voor een naam en een functie. Daarover meer in les 2.1.
| wanneer | voorbeeld | |
|---|---|---|
| tu | een vriend, familie, een kind, iemand van je eigen leeftijd die je kent | Como te chamas? |
| alleen het werkwoord | iemand die je niet kent: de verhuurder, in een winkel, op straat | Como se chama? Como está? |
| o senhor, a senhora | een oudere, of als je extra beleefd wilt zijn | E a senhora, como se chama? |
Bij de beleefde vormen staat het werkwoord net als bij "hij" en "zij": a senhora é, como está?
De Nederlandse valkuil: você. In een woordenboek staat bij "u" vaak você. In Portugal klinkt você tegen iemand die je niet kent juist afstandelijk. Tegen een oudere is het soms zelfs onbeleefd. Laat het weg en gebruik alleen het werkwoord: Como está? Of zeg o senhor of a senhora.
Twijfel je tussen tu en de beleefde vorm? Begin beleefd. Zegt iemand van ongeveer je eigen leeftijd tu tegen jou? Dan mag jij dat ook.
Ken je Spaans? Let dan op. Me llamo wordt chamo-me, met het woordje erachter. En usted wordt niet você: zeg alleen het werkwoord, of o senhor en a senhora. Spreek ook niet elke klinker uit zoals in het Spaans: obrigado eindigt op "oe".
OefenStap 5
Kies wat je zegt.
Vul de goede vorm van ser in.
HerhaalStap 6
Een week nadat je deze les op Begrepen hebt gezet, staan hier 3 snelle vragen voor je klaar.

48 lessen · 8 modules · A1 · A2
Je stelt je voor, doet boodschappen, bestelt in een café en vraagt de weg, in het Portugees zoals je het in Lissabon hoort.
Inclusief btw · eenmalig · levenslang toegang
Je hoeft geen account te maken. Na het betalen krijg je een mail waarmee je meteen kunt beginnen.
Voor de btw op je factuur. De prijs blijft gelijk.
Toch niet wat je zocht? Vraag binnen 14 dagen je geld terug.
Je betaalt via Mollie met iDEAL | Wero, Bancontact of een overboeking.
Heb je al een account? Dan kun je ook eerst inloggen.
Met je bestelling ga je akkoord met de algemene voorwaarden. Lees ook ons privacybeleid.
| Portugees | Nederlands |
|---|---|
| Chamo-me Sam. | Ik heet Sam. |
| Como se chama? | Hoe heet u? |
| Muito prazer. | Aangenaam. |
| Como está? | Hoe gaat het (met u)? |
| Estou bem, obrigada. | Het gaat goed, dank u. (een vrouw) |
| Estou bem, obrigado. | Het gaat goed, dank u. (een man) |
Bij de woorden:
Het gesprek gaat in drie stukjes. Luister er een paar keer naar. De zinnen van Sam hoor je in een vrouwen- of een mannenstem: kies zelf.
De heer Ferreira doet open. Hij begint.
Je sjouwt een doos de trap op en loopt bijna tegen Dona Graça aan. Jij begint.
Je gaat de deur uit. Dona Graça staat bij de brievenbussen. Zij begint.
Dit hoor je in het gesprek. Je hoeft het nog niet zelf te zeggen.
| Portugees | Nederlands |
|---|---|
| Aqui tem a chave. | Hier is de sleutel. (letterlijk: hier hebt u de sleutel) |
| Não faz mal. | Geeft niet. |
| a sua vizinha | uw buurvrouw. Dit soort woorden leer je in les 1.4. |
| também | ook |
Luister naar elke zin en zeg hem hardop na. Eerst de zinnen uit het gesprek, beleefd.
| Portugees | Nederlands |
|---|---|
| Sim, sou eu. Boa tarde! | Ja, dat ben ik. Goedemiddag! |
| Muito prazer, senhor Ferreira! | Aangenaam, meneer Ferreira! |
| Obrigada, senhor Ferreira! | Dank u, meneer Ferreira! (een vrouw) |
| Obrigado, senhor Ferreira! | Dank u, meneer Ferreira! (een man) |
| Ai, desculpe! | O, sorry! |
| Boa tarde! Chamo-me Sam. E a senhora, como se chama? | Goedemiddag! Ik heet Sam. En u, hoe heet u? |
| Muito prazer, Dona Graça. | Aangenaam, Dona Graça. |
| Boa noite, Dona Graça! Estou bem. E a senhora? | Goedenavond, Dona Graça! Het gaat goed. En met u? |
| Estou bem, obrigada. E a senhora? | Het gaat goed, dank u. En met u? (een vrouw) |
| Estou bem, obrigado. E a senhora? | Het gaat goed, dank u. En met u? (een man) |
| Boa noite! Até amanhã! | Fijne avond! Tot morgen! |
Zo begin je een gesprek met iemand tegen wie je tu zegt: iemand van je eigen leeftijd, een vriend, iemand op je taalcursus.
| Portugees | Nederlands |
|---|---|
| Olá! Chamo-me Sam. Como te chamas? | Hoi! Ik heet Sam. Hoe heet jij? |
| Tudo bem? | Alles goed? |
| Até amanhã! | Tot morgen! |
Denk aan het gesprek. Klopt het?
4 vragen
Joaquim Ferreira is de verhuurder.
Dona Graça is je buurvrouw.
Dona Graça zegt tu tegen jou.
's Avonds groet Dona Graça je met Bom dia.
1 / 4: De heer Ferreira geeft je de sleutel: Aqui tem a chave. Je bedankt hem.
Typ de zin zelf. Daarna hoor je het voorbeeld en vergelijk je.